Ondersteuning van lokale besturen in het kader van de preventie van radicalisering

In het kader van de preventie van radicalisering lanceerde Vlaams minister Liesbeth Homans, bevoegd voor Integratie en Inburgering,  een projectoproep die steden en gemeenten moet ondersteunen om een lokaal beleid te voeren dat bijdraagt tot de preventie van radicalisering door het versterken van de lokale regiefunctie. Deze projectsubsidie moet de steden en gemeenten helpen in het coördineren en afstemmen van het lokaal aanbod.

Negen lokale besturen kregen in het kader van deze oproep een subsidie: Vilvoorde, Antwerpen, Gent, Aalst, Maaseik, Menen, Zele, Oostende en Mechelen.

Welke kosten komen in aanmerking voor subsidiëring?

Personeelskosten

De volgende personeelskosten komen in aanmerking voor subsidiëring:

  • brutosalarissen of -lonen, met inbegrip van alle wettelijk verplichte werknemers- en werkgeversbijdragen;
  • personeelskosten voor rechtstreeks betrokken personeelsleden, in verhouding tot de tijd die besteed is aan het project of aan de gesubsidieerde activiteiten.

Gebruikelijke structurele personeelskosten komen niet in aanmerking voor subsidiëring.

Werkingskosten

De volgende werkingskosten komen in aanmerking voor subsidiëring:

  • kosten die exclusief betrekking hebben op de uitvoering van het project of de gesubsidieerde activiteiten, en die verifieerbaar zijn;
  • kosten voor tijdelijke medewerkers, zoals vrijwilligersvergoeding;
  • afschrijvingskosten voor de aankoop van materiaal in het kader van het project;
  • de huur of leasing die aan derden moet worden betaald voor het gebruik van lokalen, apparatuur, infrastructuur enzovoort.

De volgende werkingskosten komen niet in aanmerking voor subsidiëring:

  • gebruikelijke structurele werkingskosten;
  • werkingskosten waarvan de link met de inhoud van het project of de gesubsidieerde activiteit moeilijk aantoonbaar is (bijvoorbeeld verwaarloosbare gebruiksgraad);
  • overheadkosten die geen duidelijke link vertonen met het project;
  • interne huuraanrekening (verhuur aan zichzelf – als eigenaar – van lokalen of andere infrastructuur);
  • afschrijvingskosten voor het gebruik van bestaande infrastructuur;
  • kosten voor reizen naar en verblijf in het buitenland.

Investeringskosten

Investeringskosten, zoals infrastructuurkosten, komen niet in aanmerking voor subsidiëring.